onheil
onzijdig (het)/ˈɔnhɛil/
Wat is de betekenis van onheil?
onheil betekent: grote tegenspoed
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote tegenspoed
Voorbeelden van "onheil" in een zin
- De jongen voelde dat er onheil in de lucht hing, en maakte zich uit de voeten.
- Maar als ik onzeker was, bijvoorbeeld tijdens onweer of bij steile afdalingen, probeerde ik anderen op te zoeken om het onheil niet alleen tegemoet te hoeven treden.
Etymologie
*Afgeleid van heil
Uitdrukkingen
- plaats des onheils
- gevaarlijke plaats
Vertalingen
Engelsdisaster, calamity
Fransmalheur, désastre
DuitsUnheil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek