genezer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die geen arts is maar wel zegt mensen te kunnen genezenIn veel Afrikaanse landen zijn traditionele genezers nog heel belangrijk voor zieke mensen.Wereldberoemd was Gerard Croiset (1909-1980). Als paranormaal genezer ontving hij in zijn praktijk in Utrecht dagelijks 80 tot 120 mensen met - onverklaarbaar geachte - klachten als verlamming of een neurologische aandoening. Internationale bekendheid verwierf hij als paragnost die werd ingezet bij talloze vermissingen in binnen- en buitenland, begeleid door professor Tenhaeff. NRC Freek Schravesande 13 januari 2017
Etymologie
* van genezen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek