gespuis
onzijdig (het)/ɣəˈspœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) lieden van laag allooiIk wil niets met dat gespuis te maken hebben.
Etymologie
*Vroegnieuwnederlands ghespuys onder invloed van spuwen, bijvorm van ghespens ‘spook, spookgezicht’, leenwoord uit Middelhoogduits "gespenste" ‘spookverschijning’.
Vertalingen
Engelsrabble, riffraff
DuitsGesindel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek