gespuis

onzijdig (het)/ɣəˈspœys/

Wat is de betekenis van gespuis?

gespuis betekent: (scheldwoord) lieden van laag allooi

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) lieden van laag allooi

Voorbeelden van "gespuis" in een zin

  • Ik wil niets met dat gespuis te maken hebben.

Betekenis en uitleg van gespuis

Het woord 'gespuis' verwijst naar een groep mensen die vaak als ongewenst of van slechte bedoelingen worden beschouwd. Het impliceert meestal een negatieve connotatie en duidt op individuen die zich op een slinkse of onbetrouwbare manier gedragen.

Je kunt 'gespuis' gebruiken wanneer je het hebt over een groep mensen die zich niet aan de regels houden of die in de maatschappij als indringers worden gezien. Het woord wordt vaak gebruikt in informele of alledaagse gesprekken, vooral als je iemand wil beschrijven die zich niet in de haak gedraagt. Het drukt een zekere minachting uit voor deze personen.

Voorbeelden

  • Na de rellen was het duidelijk dat er veel gespuis in de stad rondhing.
  • De politie heeft het gespuis van de straat gehaald om de buurt veiliger te maken.
  • Tijdens het festival zagen we een paar jongeren die zich als gespuis gedroegen en anderen lastigvielen.

Woordoorsprong

Het woord 'gespuis' komt waarschijnlijk van het Oudnederlands 'spuys', wat 'uitspuwen' of 'wegwerpen' betekent, en verwijst naar het idee van ongewenst of verwerpelijk gedrag.

Veelgestelde vragen over gespuis

Wat is de betekenis van gespuis?

gespuis betekent: (scheldwoord) lieden van laag allooi

Welk woordgeslacht heeft gespuis?

gespuis is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van gespuis?

Synoniemen van gespuis zijn: falderappes, geboefte, geteisem, schorem, tuigZelfstandig naamwoord.

Hoe gebruik je gespuis in een zin?

Voorbeeld: “Ik wil niets met dat gespuis te maken hebben.

Etymologie

*Vroegnieuwnederlands ghespuys onder invloed van spuwen, bijvorm van ghespens ‘spook, spookgezicht’, leenwoord uit Middelhoogduits "gespenste" ‘spookverschijning’.

Vertalingen

Engelsrabble, riffraff
DuitsGesindel