gespuis

onzijdig (het)/ɣəˈspœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) lieden van laag allooi
    Ik wil niets met dat gespuis te maken hebben.

Etymologie

*Vroegnieuwnederlands ghespuys onder invloed van spuwen, bijvorm van ghespens ‘spook, spookgezicht’, leenwoord uit Middelhoogduits "gespenste" ‘spookverschijning’.

Vertalingen

Engelsrabble, riffraff
DuitsGesindel