uitschot
onzijdig (het)/ˈœytsxɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- personen van laag allooiWat een uitschot is dat, zeg!
- datgene wat afvalt bij een sortering naar kwaliteit, met name bij papierproductie
- (visserij) het deel van de visvangst dat weer teruggeworpen wordt
- kosten betaald voor opgevraagde informatieDe kosten, rechten en uitschotten blootgesteld in alle fasen van de invordering van de verschuldigde bedragen vallen ten laste van de debiteur van de retributie.
- de uitlaat van een poldermolen of gemaal
Etymologie
* hier komt de etymologie van het woord-->
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek