schorem

onzijdig (het)/ˈsxorəm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) een of meer lieden van laag allooi
    Dat stuk schorem komt bij mij de deur niet in!
  2. pejoratief (pejoratief) leugens

Etymologie

* van "שקרים‎" (sjkorem), in de betekenis van ‘uitvaagsel’ voor het eerst aangetroffen in 1906

Vertalingen

Engelsrabble, riff-raff
Spaansescoria