getijdenrivier

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˈtɛidə(n)riˌvir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) waterstroom waarvan de stroomrichting of waterstand door eb en vloed worden beïnvloed
    Laat in de middag verscheen in Northumberland de Noordzee in beeld. (…) De kustplaatsjes met getijdenrivieren en kastelen in de diepte heetten Alnmouth en Bamburgh en riepen een groot verlangen op om daar te zijn.
    Op de bodem van deze getijdenrivier bevinden zich drempels die diepstekende zeeschepen hinderen.