getier

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van getier?

getier betekent: (pejoratief) veel lawaai maken omdat iemand boos is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) veel lawaai maken omdat iemand boos is

Voorbeelden van "getier" in een zin

  • In 2020 zal de bevolking van Rotterdam niet langer in meerderheid een Nederlandse herkomst hebben. In Zuidwijk is dat punt al gepasseerd. En de bevolking weet het. De witte mensen die we spreken, zeggen dat ze zich „een minderheid” voelen, dat ze „worden overwoekerd”. De niet-witte mensen zeggen dat ze zich aan Wilders’ getier niks gelegen laten liggen: „Wij zijn toch in de meerderheid.” NRC Bas BlokkerJutta Chorus 25 november 2016

Betekenis en uitleg van getier

Getier verwijst naar het luidruchtig en vaak boos of verontwaardigd klagen of schelden. Het is een manier om je frustratie of onvrede te uiten, vaak met veel emotie en zonder terughoudendheid.

Je gebruikt het woord 'getier' vaak in situaties waarin iemand zich in alle hevigheid uitspreekt over iets dat hen dwarszit. Dit kan variëren van dagelijkse frustraties tot woede over grotere misstanden. Het woord heeft een ietwat negatieve bijklank, omdat het vaak wordt geassocieerd met een gebrek aan zelfbeheersing of een escalatie van emoties.

Voorbeelden

  • Na het horen van het slechte nieuws, begon hij te getieren over de onrechtvaardigheid van de situatie.
  • De kinderen tieren in de tuin terwijl ze spelen, maar ook als ze ruzie maken, klinkt het luid en chaotisch.
  • Haar getier over de lange wachttijden in de winkel trok de aandacht van andere klanten.

Woordoorsprong

Het woord 'getier' komt van het werkwoord 'tieren', dat verwant is aan het Oudnederlandse 'tiren', wat zich ook verwijst naar het maken van lawaai of geschreeuw.

Veelgestelde vragen over getier

Wat is de betekenis van getier?

getier betekent: (pejoratief) veel lawaai maken omdat iemand boos is

Welk woordgeslacht heeft getier?

getier is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van getier?

Synoniemen van getier zijn: bombarie, gescheld, geschreeuw, misbaar, tumult.

Hoe gebruik je getier in een zin?

Voorbeeld: “In 2020 zal de bevolking van Rotterdam niet langer in meerderheid een Nederlandse herkomst hebben. In Zuidwijk is dat punt al gepasseerd. En de bevolking weet het. De witte mensen die we spreken, zeggen dat ze zich „een minderheid” voelen, dat ze „worden overwoekerd”. De niet-witte mensen zeggen dat ze zich aan Wilders’ getier niks gelegen laten liggen: „Wij zijn toch in de meerderheid.” NRC Bas BlokkerJutta Chorus 25 november 2016

Etymologie

* van tieren