getingel

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voortdurend een geluid maken dat lijkt op het klingelen van een klein klokje
    Op schepen lijkt de heleboel op hol, steeds het getingel van de machinekamertelegraaf. Tubantia 03-02-14 [https://www.tubantia.nl/sport-regionaal/odes-aan-hennie-kuiper-de-inzendingen~a12c5c18/ Odes aan Hennie Kuiper: de inzendingen]
    De historische gegevens lardeert Pilon met jeugdherinneringen van dertien bewoners en oud-bewoners van de bekendste Veenendaalse straat. Ook eigen herinneringen haalt hij aan. Zo zijn hem geluiden van weleer bijgebleven: het geloei van de koeien die vroeger achter de huizen liepen, de stoomfluiten van de fabrieken en het getingel van de fietsbellen van de fabrieksarbeiders. Reformatorisch Dagblad Jan Kas 24-12-2015 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/jaap-pilon-vat-historie-kerkewijk-veenendaal-samen-in-boek-1.517875 Jaap Pilon vat historie Kerkewijk Veenendaal samen in boek]

Etymologie

* van tingelen