gewesttaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˈwɛstal/

Wat is de betekenis van gewesttaal?

gewesttaal betekent: (taalkunde) manier van spreken die de bewoners van een bepaalde streek onderling gewend zijn te gebruiken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) manier van spreken die de bewoners van een bepaalde streek onderling gewend zijn te gebruiken

Voorbeelden van "gewesttaal" in een zin

  • Net als hijzelf, niet toevallig, zijn het van geboorte dorpse jongens, opgegroeid met gras en land en sappige gewesttaal, een horizon die niet veel verder reikte dan hun oog.
  • Het Vlaams (6 miljoen), steeds meer onderscheiden van het Nederlands, is bovendien nog opsplitsbaar in talloze bargoense gewesttalen die de Vlaamse uitstraling tot nul reduceren.