gipsvlucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vlucht van een vliegtuig speciaal voor wintersportbeoefenaars die botbreuken hebben opgelopen (en daarom een gipsverband hebben)
    De ANWB heeft tot en met vandaag 658 gewonde Nederlandse wintersporters geholpen. Het merendeel is met een gipsvlucht terug naar Nederland gebracht, zei een woordvoerder van de bond donderdag.Volkskrant 20 februari 2014