gist

mannelijk (de)/ɣist/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mycologie (mycologie) benaming voor een aantal soorten eencellige schimmels
    Gisten onderscheiden zich van bacteriën door het bezit van een celkern en door hun grootte.
  2. kookkunst (kookkunst) eencellige schimmels gebruikt om gerechten te laten rijzen of fermenteren

Etymologie

* In de betekenis van ‘rijsmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1461

Vertalingen

Engelsyeast
Franslevure, levain
DuitsHefe
Spaanslevadura, fermento
Italiaanslievito
Portugeeslevedura, fermento
Russischдрожди
Chinees酵母
Japansイースト
Koreaans효모
Poolsdrożdże
Zweedsjäst
Deensgær