glacé
mannelijk (de)/ɣlaˈse/
Wat is de betekenis van glacé?
glacé betekent: een zachte soepele, glanzend gemaakte leersoort oorspronkelijk van hertenleer gemaakt tegenwoordig vaker van schaapsleer
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zachte soepele, glanzend gemaakte leersoort oorspronkelijk van hertenleer gemaakt tegenwoordig vaker van schaapsleer
- handschoenen gemaakt van glacéleer
- (België) taartje, tompoes, tompouce
- (kookkunst) Glimmend laagje op een gerecht (bijv. van suiker of een sterk gereduceerde fond)
Voorbeelden van "glacé" in een zin
- Marcel Grauls, auteur van Weet wie je eet (uitgeverij Van Halewyck) waarin de tompoes zijn genoemde duiding krijgt, wist zijn zaak overtuigend te brengen, maar de twijfel bleef, en groeide zelfs toen stevig door-googlen leerde dat hetzelfde taartje ook in België vaak een tompouce wordt genoemd (maar nog vaker: een glacé). Om een of andere reden leek het niet erg waarschijnlijk dat de Belgen na de onaangenaamheden van 1830-1831 ons woord tompouce voor hun taartje overnamen. Laat staan het taartje zelf. NRC
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geglansd leer’ voor het eerst aangetroffen in 1864
Vertalingen
Engelsbukskin, icing
Spaansglacé, glacé, glaceado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek