glas
Wat is de betekenis van glas?
glas betekent: (materiaalkunde) niet-kristallijne vaste stof
Betekenis
- (materiaalkunde) niet-kristallijne vaste stof
- (materiaalkunde) een glas (volgens betekenis 1) op basis van siliciumoxide (SiO2), dat veel wordt gebruikt voor de vervaardiging van vensters, glazen (betekenis 3) e.d
- (drinken) een uit glas (volgens betekenis 2) vervaardigd object dat dranken of andere vloeistoffen kan bevatten
- (drinken) (metonymisch) de – doorgaans alcoholische – inhoud van een glas (volgens betekenis 3)
Voorbeelden van "glas" in een zin
- Normaal gesproken was dat geen enkel probleem geweest, ze gebruikten een eenvoudige en beproefde techniek met platen en bouten voor de samenvoeging. Maar met bevroren stammen ging het meteen mis als je de bouten erin probeerde te forceren, het was alsof je in glas boorde.
- Bij voldoend snelle afkoeling zijn zelfs sommige metalen in staat glazen te vormen.
- Het glas van het voorkamerraam brak door de heftige windvlaag.
- Wat een mooie glazen heb je gekocht!
- Ondertussen was de tafel mooi gedekt en stond hij vol eten. We hieven het glas. ‘The trail provides,’ riep Goldie blij, en daarna viel iedereen als een stel hongerige gieren aan.
Betekenis en uitleg van glas
Glas is een transparant materiaal dat vaak wordt gebruikt om flessen, ramen of drinkgerei van te maken. Het heeft een stevige maar breekbare structuur en kan prachtig worden gevormd en versierd.
Je komt het woord 'glas' vaak tegen in de context van huishoudelijke artikelen, zoals glazen voor drank of vensters in gebouwen. Het woord kan ook figuurlijk worden gebruikt, zoals in 'glashelder', wat betekent dat iets heel duidelijk is. Glas is dus niet alleen een fysiek object, maar kan ook een metafoor zijn voor transparantie en duidelijkheid.
Voorbeelden
- Zij schonk het sap in een mooi glas en zette het op tafel.
- De glazen wand van het kantoor zorgde voor een prachtig uitzicht op de stad.
- Het was zo glashelder dat iedereen begreep wat er van hen verwacht werd.
Woordoorsprong
Het woord 'glas' komt van het Oudgermaanse *glas, wat verwijst naar een heldere stof of materiaal.
Veelgestelde vragen over glas
Wat is de betekenis van glas?
glas betekent: (materiaalkunde) niet-kristallijne vaste stof
Hoeveel betekenissen heeft glas?
glas heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft glas?
glas is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van glas?
Synoniemen van glas zijn: drinkglas, glas met steel, ruit, wijnglas.
Hoe gebruik je glas in een zin?
Voorbeeld: “Normaal gesproken was dat geen enkel probleem geweest, ze gebruikten een eenvoudige en beproefde techniek met platen en bouten voor de samenvoeging. Maar met bevroren stammen ging het meteen mis als je de bouten erin probeerde te forceren, het was alsof je in glas boorde.”
Etymologie
* Van *glasa- «glas», misschien oorspronkelijk «barnsteen»
Uitdrukkingen
- Een glazen bol hebben — De toekomst kunnen voorspellen
- In een glazen huis wonen — Gezegd over een persoon op wiens handelen veel kritiek kan komen, omdat alles openbaar te volgen is
- Zijn eigen glazen ingooien — Het voor zichzelf bederven
- Een storm in een glas water — Ophef over niets; iets leek eerst heel belangrijk, maar bleek uiteindelijk niets of maar heel weinig voor te stellen
- Is het glas halfvol of halfleeg? — Je kunt zowel positief (optimisme) als negatief (pessimisme) tegen hetzelfde aankijken
- Een goed glas [bier/wijn etc.] — Een glas met goede (alcoholische) drank erin
- Er verdrinken er meer in het glas dan in de zee. — Er gaan veel mensen dood door het overmatig drinken van alcohol (meer dan bijv. door scheepsrampen)
- Te diep in het glaasje gekeken hebben — Te veel alcohol gedronken hebben, dronken zijn