glariën
Wat is de betekenis van glariën?
glariën betekent: (inerg) (van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren
Betekenis
- (inerg) (van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren
- (van dingen) licht weerspiegelen of uitstralen met wisselende sterkte
Voorbeelden van "glariën" in een zin
- Hij wroetelde rond op de knieën, bleef op zijn handen geleund zitten glariën uit zijn hok en nu ontwaarde hij zijn wijf onder de stoof.
- Bruintje stond daar met zijn fluwelen paardeogen te glariën.
- De wind zit oost, de lucht is glashelder en 's avonds glariën de sterren.
Betekenis en uitleg van glariën
Glariën betekent het scherp en doordringend kijken, vaak met een intense of uitdagende blik. Het kan ook een gevoel van onvrede of verbazing overbrengen, afhankelijk van de context waarin het wordt gebruikt.
Dit woord wordt vaak gebruikt wanneer iemand iemand anders aankijkt met een sterke of uitdagende blik, bijvoorbeeld in een situatie van confrontatie of om aandacht te trekken. Het kan ook in informele gesprekken worden gebruikt om een bepaalde emotie zoals verbazing of irritatie uit te drukken. Glariën heeft een nuance van intensiteit die het een krachtige beschrijving maakt van hoe iemand kijkt.
Voorbeelden
- Hij glariëde naar me toen ik zijn geheim onthulde.
- Tijdens het debat glariëde de oppositieleider naar de premier, wat de spanning verhoogde.
- Ze glariëde naar het publiek, waardoor iedereen stil viel en aandachtig luisterde.
Veelgestelde vragen over glariën
Wat is de betekenis van glariën?
glariën betekent: (inerg) (van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren
Hoeveel betekenissen heeft glariën?
glariën heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Wat zijn synoniemen van glariën?
Synoniemen van glariën zijn: glaren, flonkeren, glanzen, glinsteren, schitteren.
Hoe gebruik je glariën in een zin?
Voorbeeld: “Hij wroetelde rond op de knieën, bleef op zijn handen geleund zitten glariën uit zijn hok en nu ontwaarde hij zijn wijf onder de stoof.”
Etymologie
*van Middelnederlands "glaren" "schitteren of glinsteren, vooral van de ogen" en "glarie" "glans, gloed of schittering van de ogen"; cognaat met "glas" en "glare"