glariën
/ˈɣlarijə(n)/
Wat is de betekenis van glariën?
glariën betekent: (inerg) (van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren
- (van dingen) licht weerspiegelen of uitstralen met wisselende sterkte
Voorbeelden van "glariën" in een zin
- Hij wroetelde rond op de knieën, bleef op zijn handen geleund zitten glariën uit zijn hok en nu ontwaarde hij zijn wijf onder de stoof.
- Bruintje stond daar met zijn fluwelen paardeogen te glariën.
- De wind zit oost, de lucht is glashelder en 's avonds glariën de sterren.
Etymologie
*van Middelnederlands "glaren" "schitteren of glinsteren, vooral van de ogen" en "glarie" "glans, gloed of schittering van de ogen"; cognaat met "glas" en "glare"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek