grijnzen

/grɛinzə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) het gezicht tot een grijns vertrekken
    Hij zat de hele tijd te grijnzen.
    Deze mannen reageerden op doorstaan gevaar met landsknechtengelach en op komend gevaar met een teug uit een goed gevulde fles — de dood en de duivel mogen grijnzen wat ze willen als de wijn maar goed is. Zo is het altijd geweest in de oorlog...'

Etymologie

* In de betekenis van ‘vals lachen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240