grijpen
/ˈɣrɛipə(n)/
Wat is de betekenis van grijpen?
grijpen betekent: plotseling iets of iemand beetpakken
Betekenis
werkwoord
- plotseling iets of iemand beetpakken
- met kracht iets pakken
- emotioneel ergens door geraakt worden
- naast grijpen: iets missen, iets niet te pakken kunnen krijgen
Voorbeelden van "grijpen" in een zin
- Hij wist snel de peuter te grijpen voor deze in de kolkende rivier viel.
- Terwijl de jonge assistent de gegevens van zijn Franse identiteitskaart invoerde, had ik de neiging om zijn ID te grijpen en te fotograferen, alsof zijn administratieve nummers met het verlaten van de Camino ineens belangrijker voor me Zijn.
- Gehaast stap ik uit de cabine, waarbij ik uitglijd en me nog net weet vast te grijpen aan de wasbak.
- Op 14 juli 2014 demarreert Nibali op drie kilometer voor de top. De Siciliaan grijpt de leiderstrui en staat die niet meer af.
- Ik vond het verbijsterend om te horen hoeveel indruk de trail destijds op deze man had gemaakt. Zou ik over 35 jaar ook nog zo gegrepen zijn door deze ervaring?
Etymologie
*van Middelnederlands gripen
Uitdrukkingen
- De gelegenheid bij de haren grijpen of pakken — gebruik maken van een gegeven mogelijkheid
- de kans grijpen — gebruik maken van een gegeven mogelijkheid
- De koe bij de horens grijpen (pakken of vatten)
- Grip / greep op iets krijgen
- Iemand bij de kladden grijpen — Iemand bij zijn kleren grijpen
- Van de gaffel in de greep vallen
- voor het grijpen liggen — iets makkelijk kunnen bereiken
Vertalingen
Engelsseize, grip, catch
Franssaisir, empoigner
Duitsergreifen, greifen
Spaanscoger, agarrar, asir
Poolschwycić
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek