grimas

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vertrokken gelaat, grijns, frats
    De driehoekige kinspier trekt de mondhoeken naar beneden en achteren om een grimas te trekken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vertrekking van het gezicht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1555

Vertalingen

Fransgrimace