grimmigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het ruw, boos, verbolgen en onvriendelijk zijn
- iets ruws en onvriendelijks
Etymologie
* afleiding van grimmig
Vertalingen
Engelsgrimness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afleiding van grimmig