haai

mannelijk (de)/haj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kraakbeenvissen (kraakbeenvissen) benaming voor roofvissen uit de superorde
  2. scheldwoord (scheldwoord) hebzuchtig, inhalig persoon (met een grote bek)

Etymologie

* Leenwoord uit het Oudnoor(d)s, in de betekenis van ‘kraakbeenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1445-1455

Uitdrukkingen

  • naar de haaien
  • voor de haaienverloren
  • er zijn haaien voor de kuster dreigt gevaar

Vertalingen

Engelsshark
Fransrequin
DuitsHai
Spaanstiburón
Italiaanssqualo
Portugeestubarão
Russischакула
Poolsrekin
Zweedshaj