habbekrats

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑbəˌkrɑts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onbeduidend bedrag, een veel te lage prijs
    Dat is voor een habbekrats verkwanseld.
  2. kleinigheid (meestal gezegd van geld)

Etymologie

* Ontleend aan het Jiddische 'habbekratz' (kleinigheid) . In de betekenis van ‘kleinigheid, klein bedrag’ voor het eerst aangetroffen in 1906