habbekrats
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑbəˌkrɑts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een onbeduidend bedrag, een veel te lage prijsDat is voor een habbekrats verkwanseld.
- kleinigheid (meestal gezegd van geld)
Etymologie
* Ontleend aan het Jiddische 'habbekratz' (kleinigheid) . In de betekenis van ‘kleinigheid, klein bedrag’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek