had

/hɑt/

Wat is de betekenis van had?

had betekent: vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd

Betekenis

werkwoord
  1. vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd

Voorbeelden van "had" in een zin

  • Had toch langsgekomen!

Betekenis en uitleg van had

Het woord 'had' is de verleden tijd van het werkwoord 'hebben'. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iemand of iets in het verleden iets bezat of ervoer.

Je gebruikt 'had' vaak om te verwijzen naar iets dat in het verleden is gebeurd of ervaren. Dit kan bijvoorbeeld gaan over bezittingen, ervaringen of gevoelens. Het woord heeft een duidelijke tijdsindicatie, waardoor het de context van een verhaal of gesprek kan verankeren.

Voorbeelden

  • Toen ik klein was, had ik altijd een hond die me volgde.
  • Ze had het gevoel dat ze iets belangrijks miste in haar leven.
  • Hij had nooit gedacht dat hij zo'n grote kans zou krijgen.

Woordoorsprong

Het woord 'had' is afgeleid van het Oudnederlandse 'hēbban', wat 'hebben' betekent. Het is verwant aan het Engelse 'had', dat dezelfde functie vervult in die taal.

Veelgestelde vragen over had

Wat is de betekenis van had?

had betekent: vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd

Hoe gebruik je had in een zin?

Voorbeeld: “Had toch langsgekomen!