hagedis
Wat is de betekenis van hagedis?
hagedis betekent: (reptielen) langstaartig, geschubd reptiel uit de onderorde (Sauria)
Betekenis
- (reptielen) langstaartig, geschubd reptiel uit de onderorde (Sauria)
Voorbeelden van "hagedis" in een zin
- Duikende vogels, mieren, hagedissen en het onophoudelijke gezang van de krekels. Alles was nieuw voor me en ik nam het allemaal in me op als een kind op zijn eerste schooldag.
Betekenis en uitleg van hagedis
Een hagedis is een klein tot middelgroot reptiel dat vaak wordt gekenmerkt door zijn langwerpige lichaam en scherpe klauwen. Deze dieren zijn meestal te vinden in warme klimaten en zijn bekend om hun vermogen om van kleur te veranderen en hun snelle bewegingen.
Het woord 'hagedis' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar verschillende soorten reptielen binnen de orde van de hagedissen. Je kunt het gebruiken in gesprekken over de natuur, biodiversiteit of zelfs als metafoor voor iets dat snel of veranderlijk is. Hagedissen zijn ook populair in de huisdierensector, waar mensen ze houden vanwege hun unieke uiterlijk en gedrag.
Voorbeelden
- Tijdens onze vakantie in Spanje zagen we een hagedis die snel over de rotsen schoot.
- In de biologieles leerden we over de verschillende soorten hagedissen en hun leefomgeving.
- Mijn neef heeft een hagedis als huisdier, en hij vindt het fascinerend om te zien hoe snel ze kunnen bewegen.
Woordoorsprong
Het woord 'hagedis' komt van het Oudnederlands 'haghedisse', wat verwant is aan het Germaanse woord voor reptielen.
Veelgestelde vragen over hagedis
Wat is de betekenis van hagedis?
hagedis betekent: (reptielen) langstaartig, geschubd reptiel uit de onderorde (Sauria)
Welk woordgeslacht heeft hagedis?
hagedis is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je hagedis in een zin?
Voorbeeld: “Duikende vogels, mieren, hagedissen en het onophoudelijke gezang van de krekels. Alles was nieuw voor me en ik nam het allemaal in me op als een kind op zijn eerste schooldag.”
Etymologie
*van Middelnederlands "egedisse" / "haghedisse", in de betekenis van ‘hagedisachtige’ aangetroffen vanaf 1301; uit West- *agwi-þehsō(n) of *-þahs(i)jō(n), samenstelling van *agwi- ‘hagedis, slang’ + *þahsiō ‘bijl’ (vgl. Oudengels þeox ‘speer’, "Dechse" "bijl, dissel", uit *h₁ógʷʰis- ‘slang’ + *teḱs- ‘houwen’. Evenals Nederduits Eevtask(e), Duits Eidechse en Oudengels āþexe