hakhout

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van hakhout?

hakhout betekent: hout dat gebruikt wordt voor het haardvuur als brandhout

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hout dat gebruikt wordt voor het haardvuur als brandhout
  2. houtgewas dat ieder 6-10 jaar gekapt wordt meestal om te gebruiken als brandhout

Voorbeelden van "hakhout" in een zin

  • Toen zij, Althaea, nog in 't kraambed lag, na de geboorte van Meleager, hadden de drie Parcen in de haard een tak geworpen en al spinnend aan zijn levensdraad hem toegevoegd: jij, pasgeboren kind, ontvangt van ons dezelfde levensduur als dit stuk hout.' — Toen de godinnen na die voorspelling waren weggegaan, had zij, de moeder, het gloeiend hout snel uit het vuur gehaald, gekoeld in water en sinds die tijd lag het diep weggestopt in huis en had door eigen voortbestaan dat van de jongeman verzekerd. Nu pakt de moeder het te voorschijn, laat een stapel hout —pijnboom- en hakhout — brengen en ontsteekt een dreigend vuur. Tot viermaal toe tracht ze de tak de vlammen in te gooien, maar viermaal schrikt ze terug: Ovidius Metamorphosen vertaald door M. d'Hane-Scheltema {{ISBN|90-253-3099-1

Betekenis en uitleg van hakhout

Hakhout verwijst naar hout dat afkomstig is van bomen die zijn gekapt en daarna weer zijn aangetast door de natuur, zoals door schimmels of insecten. Het wordt vaak gebruikt voor brandhout of als materiaal voor constructies, waarbij de kwaliteit minder belangrijk is dan de beschikbaarheid.

Je zult het woord 'hakhout' vaak tegenkomen in de context van bosbeheer of houtverwerking. Het is een praktische term die vooral gebruikt wordt door houtbewerkers, boeren en mensen die graag buiten zijn. Hakhout heeft vaak een lagere economische waarde dan nobeler houtsoorten, maar kan nog steeds nuttig zijn voor verschillende toepassingen.

Voorbeelden

  • De boer gebruikte hakhout om een stevige schutting te maken rondom zijn weiland.
  • Tijdens de kampeertocht verzamelden we hakhout voor het maken van een gezellig kampvuur.
  • In het bos zagen we veel hakhout liggen, dat was overblijvend materiaal van de recente houtkap.

Woordoorsprong

Het woord 'hakhout' is afgeleid van 'hakken', wat verwijst naar het kappen of snijden van bomen.

Veelgestelde vragen over hakhout

Wat is de betekenis van hakhout?

hakhout betekent: hout dat gebruikt wordt voor het haardvuur als brandhout

Hoeveel betekenissen heeft hakhout?

hakhout heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft hakhout?

hakhout is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van hakhout?

Synoniemen van hakhout zijn: slaghout, akkersmaalshout, schaarhout, srubben.

Hoe gebruik je hakhout in een zin?

Voorbeeld: “Toen zij, Althaea, nog in 't kraambed lag, na de geboorte van Meleager, hadden de drie Parcen in de haard een tak geworpen en al spinnend aan zijn levensdraad hem toegevoegd: jij, pasgeboren kind, ontvangt van ons dezelfde levensduur als dit stuk hout.' — Toen de godinnen na die voorspelling waren weggegaan, had zij, de moeder, het gloeiend hout snel uit het vuur gehaald, gekoeld in water en sinds die tijd lag het diep weggestopt in huis en had door eigen voortbestaan dat van de jongeman verzekerd. Nu pakt de moeder het te voorschijn, laat een stapel hout —pijnboom- en hakhout — brengen en ontsteekt een dreigend vuur. Tot viermaal toe tracht ze de tak de vlammen in te gooien, maar viermaal schrikt ze terug: Ovidius Metamorphosen vertaald door M. d'Hane-Scheltema {{ISBN|90-253-3099-1

Vertalingen

Engelscoppice