half
/ˈhɑlᵊf/
Betekenis
telwoord
- de helft (½)
- de helft zijndeIk had de keuze om 10 kilometer terug te lopen naar een plek waarvan ik zeker wist dat er water was of 8 kilometer door te lopen naar het eerstvolgende beekje, dat echter ook opgedroogd zou kunnen zijn. Ik ging er even voor zitten, ik was moe en had nog maar een halve fles water over, dit was geen moment om een foute beslissing te nemen.
Etymologie
*van Middelnederlands half
Uitdrukkingen
- Beter een half ei dan een lege dop. — beter iets dan helemaal niets
- Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. — je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat; wanneer je in de gaten hebt dat dit het niet de goede weg is, kun je beter stoppen en opnieuw beginnen
- De brutalen hebben de halve wereld. — wie brutaal is krijgt doorgaans meer dan dat diegene recht op heeft
- Een half ei is beter dan een lege dop. — beter iets dan niets
- Een goed begin is het halve werk. — beter een goede start te maken dan later puin te moeten ruimen ofwel: met een goede voorbereiding kan het werk goed en snel gedaan worden
- Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.
- Gedeelde smart is halve smart. — als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken; door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen
- Goed begonnen is half gewonnen. — een goed begin is het halve werk
Vertalingen
Engelshalf
Spaansmedio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek