half-om-half

/ˌhɑlᵊfɔmˈhɑlᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) mengsel van gelijke delen fijngemalen rund- en varkensvlees
    Bij half-om-half is de verhouding zoals de naam al aangeeft dat het voor de helft uit varkensvlees bestaat en voor de helft uit rundvlees. Gemengd gehakt is niet aan verhoudingen gebonden.
  2. drinken (drinken) drankje gemaakt door gelijke delen van twee andere dranken te vermengen
  3. likeur uit Triple sec en Longae Vitae
    Pieneman zat breeduit. En nòg zat hij niet of z'n half-om-half stond voor 'm. Oók 'n stamgast van jaren her.

Etymologie

* samenkoppeling van "half", "om" en "half", afgeleid van de vaste verbinding "half om half"