halftij
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode dat de eb- of de vloedstroom op zijn sterkst is
- tijdstip halverwege tussen hoogwater en laagwater
- gemiddelde waterstand tussen de hoogwaterstand en de laagwaterstand
Vertalingen
Engelshalf-tide
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek