halo

mannelijk (de)/ˈhalo/

Wat is de betekenis van halo?

halo betekent: (religie) stralenkrans die (het hoofd van) een heilige in afbeeldingen omgeeft

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) stralenkrans die (het hoofd van) een heilige in afbeeldingen omgeeft
  2. meteorologie (meteorologie) diffuse lichtgevende ring rond de zon of de maan veroorzaakt door lichtstrooiing aan ijskristallen in de dampkring
  3. astronomie (astronomie) de bolvormige invloedsfeer die een melkwegstelsel omgeeft
  4. economie (economie) uitstraling van een marketingactiviteit op een ander merk/product dan dat waar de activiteit direct op gericht is
  5. sport (sport) constructie van stangen op racevoertuigen die het hoofd van de coureur bij een botsing moeten beschermen

Voorbeelden van "halo" in een zin

  • Aan het kruisribgewelf ervan hangt het gepolychromeerde eikehouten Marianum uit 1533. Een halo van stralen en vlammen omringt deze dubbele Madonna.
  • Er bestaat een grote verscheidenheid aan halo's doordat ijskristallen licht op veel verschillende manieren kunnen breken.
  • We spraken over haar ervaringen en zij sloot het telefoongesprek af met de woorden: „Moet je eens naar buiten kijken, er is zo’n prachtige halo om de maan.”
  • In de halo bevinden zich bolvormige sterrenhopen.
  • Amerikaanse astronomen hebben ontdekt dat melkwegstelsels van zeer uiteenlopende typen en helderheden omringd worden door een zeer ijle, maar ook zeer uitgestrekte halo van hoog geïoniseerde koolstofatomen. Zo'n halo verraadt zich doordat hij het licht van quasars die er op heel grote afstanden achter staan op bepaalde golflengten absorbeert.

Etymologie

*via """ of middeleeuws Latijn """ van klassiek Latijn "halos" dat teruggaat op "ἅλως" (háloos) "rand om schild"; in de betekenis van ‘lichtende kring om zon of maan’ voor het eerst aangetroffen in 1894

Vertalingen

DuitsHeiligenschein
Zweedsgård