aureool

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɔure'jol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ring van licht om het lichaam van een goddelijk of heilig persoon
  2. de indruk die iemand maakt op zijn omgeving
    Sterker, het liefdadigheidswerk moet Beckham geld opleveren: De „positieve PR” creëert een „aureool-effect” rond het merk Beckham, schrijft een van zijn adviseurs. Het werk voor Unicef levert „enorme inkomsten op”, mailt een ander. Nu hij met pensioen is verdient Beckham meer dan toen hij nog speelde. DB Ventures had in 2015 een omzet van 54 miljoen euro. Maar hij moet vaak in de spotlights verschijnen om het geld te laten binnenstromen. NRC Merijn Rengers Hanneke Chin-A-Fo Hugo Logtenberg 3 februari 2017
    Er hing een soort aureool van onoverwinnelijkheid om hem heen.
  3. de geur / de sfeer
    „Hoe kon ik dat achttienjarige meisje terugvinden, hoe de kloof van de tijd oversteken? We zijn inmiddels van tijdperk veranderd. Tot eind jaren zestig bestond er voor meisjes geen seksuele vrijheid, er was geen contraceptie. De situatie van jonge vrouwen toen lijkt in niets meer op die van nu. Je maagdelijkheid verliezen is nu een non-gebeurtenis. Het blijft een ervaring, er is een ervoor en een erna, maar het is niet meer omgeven door het aureool van het imaginaire, van het verbodene, zoals toen.”NRC 14 april 2017

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelsaureole