nimbus

mannelijk (de)/ˈnɪmbʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ring van licht om het hoofd van een heilige of een godheid
  2. natuurkunde (natuurkunde) optisch verschijnsel in de atmosfeer dat kan optreden wanneer er zich bepaalde atmosferische condities voordoen (met name een ijle nevel van ijskristallen)
  3. meteorologie (meteorologie) zware wolk

Etymologie

**[3] in de betekenis van ‘regenwolk’ voor het eerst aangetroffen in 1861

Vertalingen

Engelsaureole, halo, nimbus
Fransnimbus
DuitsNimbus
Spaansaureola, nimbo, nimbo