halsband
/ˈhɑlzbɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een om de hals en nek gesnoerde bandBaasje deed de hond zijn halsband om en ze gingen een stuk wandelen.
- bandvormige tekening in vacht of verendek van een dier in de buurt van de nek
Etymologie
* Samenstelling van hals en band.
Vertalingen
Engelscollar
DuitsHalsband
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek