halt

onzijdig (het)/hɑlt/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. aansporing om te stoppen
    Halt! riep de politieagent.
  2. halt houden: stoppen, niet meer verder bewegen
    Voor het bordes hielden de vijf Roodhoofden halt. {{Aut|Herzen, Frank
zelfstandig naamwoord
  1. een ~ toeroepen: laten stoppen, tot stilstand brengen (ook fig.)
    Is het nog mogelijk die beweging een halt toe te roepen?

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: stop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1673

Vertalingen

DuitsHalt