halter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) werktuig voor gewichtheffen bestaande uit een metalen staaf met gewichten aan de uiteinden

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘staaf met kogels of schijven aan uiteinden’ voor het eerst aangetroffen in 1872

Vertalingen

Engelsbarbell, dumbbell
Franshaltère
DuitsHantel
Spaanshaltera