handdoek

mannelijk (de)/ˈhɑnduk/

Wat is de betekenis van handdoek?

handdoek betekent: (textiel) een doek waarmee men zich afdroogt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textiel (textiel) een doek waarmee men zich afdroogt
  2. (België) een theedoek

Voorbeelden van "handdoek" in een zin

  • Tijdens het douchen kwam hij erachter dat hij zijn handdoek was vergeten te pakken.
  • Olive gehoorzaamde; Teresa sloeg de handdoek om haar heen en nam haar mee de kamer uit.
  • Marie-Claire Ik trek de badkamerdeur open en kijk in het gezicht van Giorgos, die met smalende blik en met een handdoek om zijn middel op de toiletpot zit. 'Is de kust veilig?' 'Wat was je aan het doen, joh? Lauren had het bijna door!' 'Wc doortrekken en tandenpoetsen,' is zijn eerlijke antwoord.
  • Hij pakte een handdoek om het kopje af te drogen.

Betekenis en uitleg van handdoek

Een handdoek is een stuk textiel dat gebruikt wordt om je lichaam of handen af te drogen na een douche, bad of het wassen van je handen. Het is een onmisbaar item in elk huishouden en komt in verschillende maten en materialen voor.

Je gebruikt een handdoek op momenten dat je nat bent, bijvoorbeeld na het zwemmen of douchen. Handdoeken zijn vaak gemaakt van absorberende stoffen zoals katoen en zijn er in verschillende diktes en kwaliteiten. Ze kunnen ook dienen als een decoratief element in de badkamer of als een handig accessoire voor op reis.

Voorbeelden

  • Na een verfrissende duik in het zwembad pakte ik mijn handdoek om me af te drogen.
  • Ze hing de handdoek over de leuning van de douche om te drogen na het gebruik.
  • Tijdens het kamperen gebruikte ik een microvezel handdoek die snel droogde en weinig ruimte innam in mijn tas.

Woordoorsprong

Het woord 'handdoek' is samengesteld uit 'hand' en 'doek', wat letterlijk verwijst naar een doek dat bedoeld is voor het drogen van de handen.

Veelgestelde vragen over handdoek

Wat is de betekenis van handdoek?

handdoek betekent: (textiel) een doek waarmee men zich afdroogt

Hoeveel betekenissen heeft handdoek?

handdoek heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft handdoek?

handdoek is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je handdoek in een zin?

Voorbeeld: “Tijdens het douchen kwam hij erachter dat hij zijn handdoek was vergeten te pakken.

Uitdrukkingen

  • De handdoek in de ring werpen/gooienHet opgeven
  • : handuk

Vertalingen

Engelstowel
Fransserviette, serviette de bain, serviette-éponge
DuitsHandtuch, aufgeben
Spaanstoalla
Italiaansasciugamano
Portugeestoalha
RussischПолотенце
Chinees毛巾
Japansタオル
Koreaans수건
Arabischمنشفة
Poolsręcznik
Zweedshandduk
Deenshåndklæde