handelaar

mannelijk (de)/ˈhɑndəˌlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, handel (beroep) (handel) iemand die handel drijft

Etymologie

*Afgeleid van de stam van handelen .

Vertalingen

Engelsmerchant
Spaanscomerciante, mercader, traficante