handelsplaats

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑndəlsˌplats/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) plaats waar veel goederen worden verkocht die op andere plaatsen gebruikt gaan worden
    In 1282 werd Riga een Hanzestad en daarmee een belangrijke haven- en handelsplaats. De Volkskrant, krant van woensdag 28 aug 1991 (70ste jaargang, nr. 20392), pagina 4, Buitenland, "Conflicten dreigen in republieken", Letland; gehaald via [https://www.delpher.nl/nl/kranten](geraadpleegd 2021-11-23)