handgemeen
onzijdig (het)/ˈhɑntɣəmen/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (formeel) gevechtDe protestdemonstratie die zaterdag door zon 4000 studenten in Den Haag werd gehouden, leidde aan het einde van de middag tot een handgemeen met de politie.
Etymologie
#(verouderd) samen, eensgezind, medeplichtig
Vertalingen
Engelsaffray
DuitsHandgemenge
Zweedshandgemäng
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek