handig

/ˈɦɑndɪχ/

Wat is de betekenis van handig?

handig betekent: goed met de handen om kunnen gaan

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties goed met de handen om kunnen gaan
  2. woorden met boekreferenties op een makkelijke manier nuttig of behulpzaam

Voorbeelden van "handig" in een zin

  • Mijn handige buurman had de schutting snel geplaatst.
  • Want ieder jaar gaat er een nieuw Pietje mee, klein genoeg om door de schoorstenen te roetsjen en handig in klauteren en springen.
  • Ik zal dat handige trucje zeker onthouden!
  • Om 2 uur? Dat kan, maar voor mij zou 4 uur handiger zijn.

Betekenis en uitleg van handig

Het woord 'handig' beschrijft iets of iemand die praktisch, nuttig en gemakkelijk in gebruik is. Het verwijst vaak naar vaardigheden of voorwerpen die een bepaalde taak efficiënter maken.

Je gebruikt 'handig' vaak om te verwijzen naar tools of oplossingen die het leven vergemakkelijken, zoals een multifunctioneel apparaat in de keuken. Het kan ook slaan op iemand die goed is in het oplossen van problemen of het uitvoeren van klussen. De nuance ligt in de bruikbaarheid en het gemak dat iets biedt in een specifieke situatie.

Voorbeelden

  • Deze nieuwe app is echt handig; hij helpt me mijn taken beter te organiseren.
  • Hij is zo handig met zijn handen dat hij zelf meubels kan maken.
  • Het is handig om altijd een reservebatterij bij je te hebben, vooral tijdens lange ritten.

Woordoorsprong

Het woord 'handig' komt van het Nederlandse 'hand', wat verwijst naar de handen en daarmee naar praktische vaardigheden.

Veelgestelde vragen over handig

Wat is de betekenis van handig?

handig betekent: goed met de handen om kunnen gaan

Hoeveel betekenissen heeft handig?

handig heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je handig in een zin?

Voorbeeld: “Mijn handige buurman had de schutting snel geplaatst.

Etymologie

afgeleid van hand met het achtervoegsel -ig

Vertalingen

Duitsgeschickt
Fransadroit
Engelsskillful, clever, dexterous
Spaanspráctico, hábil, diestro