handig
/ˈɦɑndɪχ/
Wat is de betekenis van handig?
handig betekent: goed met de handen om kunnen gaan
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- goed met de handen om kunnen gaan
- op een makkelijke manier nuttig of behulpzaam
Voorbeelden van "handig" in een zin
- Mijn handige buurman had de schutting snel geplaatst.
- Want ieder jaar gaat er een nieuw Pietje mee, klein genoeg om door de schoorstenen te roetsjen en handig in klauteren en springen.
- Ik zal dat handige trucje zeker onthouden!
- Om 2 uur? Dat kan, maar voor mij zou 4 uur handiger zijn.
Etymologie
afgeleid van hand met het achtervoegsel -ig
Vertalingen
Duitsgeschickt
Fransadroit
Engelsskillful, clever, dexterous
Spaanspráctico, hábil, diestro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek