handjevol

/ˈhɑncəˌvɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk (figuurlijk) klein beetje, gering aantal
    Sociale media zijn een verslaving voor de massa, waarmee een handjevol superrijken en wereldmachten mensen hersenspoelen.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/12/25/de-verleiding-van-de-kettingzaag-a4915742 www.nrc.nl (25 dec 2025)]
    De tafels zijn hoopvol gedekt voor het diner, maar truckersrestaurant Le Mistral straalt een zekere mismoedigheid uit. Een kapotte ruit is vervangen door een houten schot. Op de parkeerplaats ter grootte van een voetbalveld staat een handjevol vrachtwagens.

Etymologie

**[2] (intensiverende) vorm van "handvol" (2)

Vertalingen

Engelshandful