hang

mannelijk (de)/ɦɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de neiging tot iets
    De hang naar een sterke leider is groot in dat vertwijfelde land.
    Emil en Milan begrepen niks van mijn melancholie Ook mijn hang naar pacifisme vonden ze raar.
    Toch was mijn hang naar vrijheid te groot geworden en de avond voor mijn vertrek nam ik Barbie, Pogue en Goldie even apart om afscheid te nemen.
  2. rond, metalen slaginstrument dat met de handen bespeeld wordt

Etymologie

* van hangen.

Vertalingen

Engelsinclination
Franstendance
DuitsHang, Neigung
Spaanstendencia, inclinación
Zweedshåg