hansop
mannelijk (de)/hɑnˈsɔp/
Wat is de betekenis van hansop?
hansop betekent: ruim vallende nachtkleding waarbij lijf en broek aan één stuk zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruim vallende nachtkleding waarbij lijf en broek aan één stuk zijn
- clownachtig toneelfiguur die in een hansop gekleed is
Voorbeelden van "hansop" in een zin
- Lia, die rood haar had en gekleed was in een appelgroen hansopje met een diep decolleté dat ze opgevuld had met een transparant sjaaltje bespikkeld met een tijgerprintje, legde een hand op mijn hand. `Ik gun je die kamer zo vréééselijk,' zei ze zwoel. {{Aut|Jong, Rijk de
- Chuck, die toch zo van show hield en ook van mooie kleren, kwam er bekaaid af tijdens het lustrum. Als eerstejaars was hij gedwongen in een hansop rond te lopen. {{Aut|Scholten, Jaap
Etymologie
*(eponiem) genoemd naar de karakteristieke kleding van een toneelfiguur en een daarop gebaseerde pop "Hans Sop" via Duits "Hans Supp" van "Jean Potage", in de betekenis van ‘wijd kledingstuk, m.n. als nachtkleding’ aangetroffen vanaf 1725
Vertalingen
Engelssleeping suit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek