hansop

mannelijk (de)/hɑnˈsɔp/

Wat is de betekenis van hansop?

hansop betekent: ruim vallende nachtkleding waarbij lijf en broek aan één stuk zijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruim vallende nachtkleding waarbij lijf en broek aan één stuk zijn
  2. clownachtig toneelfiguur die in een hansop gekleed is

Voorbeelden van "hansop" in een zin

  • Lia, die rood haar had en gekleed was in een appelgroen hansopje met een diep decolleté dat ze opgevuld had met een transparant sjaaltje bespikkeld met een tijgerprintje, legde een hand op mijn hand. `Ik gun je die kamer zo vréééselijk,' zei ze zwoel. {{Aut|Jong, Rijk de
  • Chuck, die toch zo van show hield en ook van mooie kleren, kwam er bekaaid af tijdens het lustrum. Als eerstejaars was hij gedwongen in een hansop rond te lopen. {{Aut|Scholten, Jaap

Etymologie

*(eponiem) genoemd naar de karakteristieke kleding van een toneelfiguur en een daarop gebaseerde pop "Hans Sop" via Duits "Hans Supp" van "Jean Potage", in de betekenis van ‘wijd kledingstuk, m.n. als nachtkleding’ aangetroffen vanaf 1725

Vertalingen

Engelssleeping suit