hap
mannelijk (de)/hɑp/
Wat is de betekenis van hap?
hap betekent: (voeding) voedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) voedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt
- (informeel), (voeding) voedsel bedoeld om een maaltijd te vormen
- (voeding), (pejoratief) minderwaardige maaltijd
- (figuurlijk) deel dat uit een geheel verwijderd wordt
Voorbeelden van "hap" in een zin
- Hij pakte een lepel en nam een hap van de soep.
- Na de eerste hap voel ik al dat mijn energielevel omhooggaat.
- Zullen we daar een hapje gaan eten?
- Het Duitse reizen staat in het teken van de haast en de productiviteit: zo snel mogelijk van Hamburg naar München in een hard geveerde BMW, met een korte stop voor een vette hap in de Raststätte.
- De rekening van de dierenarts nam een grote hap uit zijn spaargeld.
Etymologie
*afgeleid van "happen" zonder het achtervoegsel -en
Uitdrukkingen
- De hele hap — Alles
- Geen hap door de keel krijgen — Van een maaltijd niets lusten
- Slappe hap — Niets voorstellend, waardeloos
Vertalingen
Engelsbite, morsel, mouthful
Spaansmordisco, bocado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek