hapering

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mankement
    Mijn fiets heeft nu al 30.000 km gereden zonder al te grote haperingen.
  2. aarzeling
    De jongen kon zonder haperingen alle hoofdsteden van Europa opnoemen.
    Nogmaals, wie helemaal geen kennis van Lewis Carrolls originele verhaal heeft, zal moeite hebben een lijn in het geheel te herkennen. Het personage van de druk schetsende Escher, dat aan begin en einde optreedt, maakt het er niet duidelijker op. Hinderlijk is dat niet, evenmin als haperingen zo hier en daar. Alice in Winterwonderland is een fijne feelgoodvoorstelling die helemaal inspeelt op een ouderwets kerstgevoel. Inclusief een fraaie sneeuwbui. NRC Francine van der Wiel 27 december 2016

Etymologie

* van haperen

Vertalingen

Engelshesitation, wavering
Spaansduda, vacilación