hardlopen
onzijdig (het)/ˈhɑrtlopə(n)/
Betekenis
werkwoord
- met versnelde pas zich voortbewegenBij een triatlon wordt er gezwommen, gefietst en hardgelopen.Toch was het soms lastig om relaxt te blijven en naarmate de werkstress terugkeerde kreeg ik het er steeds moeilijker mee. Gelukkig deden af en toe ’s avonds een jointje, minder werken, minder koffie en vlees en vaker hardlopen en zwemmen wonderen.En toen hoefde hij zich niet meer zoveel bezig te houden met hardlopen. Als hardloper had hij niet veel in te brengen, al behoorde hij echt niet tot de slechtsten, die altijd werden gepest.
zelfstandig naamwoord
- (sport), een sport waarbij men zich bekwaamt in het zich snel voortbewegen
Vertalingen
Spaanscorrer, corrimiento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek