hardloper

mannelijk (de)/ˈhɑrtlopər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een mannelijke beoefenaar van de hardloopsport
    Deze hardloper wist de zilveren medaille te behalen.
    En toen hoefde hij zich niet meer zoveel bezig te houden met hardlopen. Als hardloper had hij niet veel in te brengen, al behoorde hij echt niet tot de slechtsten, die altijd werden gepest.
  2. reptielen (reptielen) een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie

Etymologie

* van hardlopen

Uitdrukkingen

  • Wie te snel begint, heeft een grote kans dat hij het niet tot het einde toe kan volhouden.

Vertalingen

Engelsrunner
Franscoureur
DuitsLäufer
Spaanscorredor
Italiaanspodista
Zweedslöpare