harem

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het voor vrouwen bestemde deel van een woning van een mohammedaan
  2. groep vrouwen die een relatie hebben met één man
    Hefner had er een roulerende harem vriendinnen. Het was een comfortabele en tegelijkertijd harde wereld, schrijft Holly Madison in Down the Rabbit Hole, haar boek over haar tijd als ‘playmate’. Hefner betaalde voor alles, inclusief kleding en plastische chirurgie. NRC Diederik van Hoogstraaten 9 maart 2016

Etymologie

*Ontleend aan Turks ḥarēm(lik)

Vertalingen

DuitsHarem, Harem