harpij
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mythologie) fabeldier uit de Griekse mythologie
- (havikachtigen) grootste arend van Zuid-Amerika behorend tot de familie havikachtigen (Accipitridae)
- (scheldwoord) feeks
Vertalingen
Engelsharpy
Spaansarpía, harpía
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek