harpij

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mythologie (mythologie) fabeldier uit de Griekse mythologie
  2. havikachtigen (havikachtigen) grootste arend van Zuid-Amerika behorend tot de familie havikachtigen (Accipitridae)
  3. scheldwoord (scheldwoord) feeks

Vertalingen

Engelsharpy
Spaansarpía, harpía