hartstocht

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sterke drang van de zinnelijke natuur
  2. waar het hart sterk naar uitgaat, passie
  3. onstuimige liefde
    zij las graag romans over ziedende, alles verzengende hartstocht tussen arme beeldschone vrouwen en heren van adel
    Kijk nu eens naar haar mond en stel je een ogenblik voor dat je onze Albert bent. Van die mond had hij warme, tedere kussen gekregen, die zijn buik optilden tot hij op springen stond, hij had haar speeksel in zijn mond voelen stromen en het met grote hartstocht opgezogen, Cécile was in staat tot zulke wonderen, dat ze niet zomaar een meisje was. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

* In de betekenis van ‘passie’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelslust, passion
Spaanspasión