havenarbeider

mannelijk (de)/ˈɦaːvən.ˌɑrbɛidər /

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) arbeider die in een haven werkt

Etymologie

* Leenvertaling van Duits "Hafenarbeiter", aangetroffen in de 2e helft van 19e eeuw, zie voor een vindplaats hieronder.

Vertalingen

Engelsdockworker, dock worker
Fransdébardeur
DuitsHafenarbeiter
Spaansdescargador
Zweedshamnarbetare
Deenshavnearbejder