havenkroeg
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- horecagelegenheid (voor scheepvarenden) bij een havenMaar omdat hij geen interview aan het tijdschrift had willen geven (Victor meed de publiciteit), waren bepaalde details uit zijn jeugd onvermeld gebleven, waaronder dit: toen Victor negen was, kwam zijn vader, die loodgieter was, om het leven tijdens een vechtpartij in een havenkroeg.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek