havenkroeg

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horecagelegenheid (voor scheepvarenden) bij een haven
    Maar omdat hij geen interview aan het tijdschrift had willen geven (Victor meed de publiciteit), waren bepaalde details uit zijn jeugd onvermeld gebleven, waaronder dit: toen Victor negen was, kwam zijn vader, die loodgieter was, om het leven tijdens een vechtpartij in een havenkroeg.