havenrondvaart
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhavə(n)ˌrɔntfart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) boottocht die weer eindigt waar hij begon om een havengebied te bezichtigenIn Rotterdam wachtte de groep een havenrondvaart en een bezoek aan de Euromast.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek